| Verloop van de voorzieningen in euro's | 1-1-2025 | Storting | Vrijval | Onttrekking | 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Voorziening WW-gelden |
143.350 |
30.576 |
46.758 |
14.850 |
112.318 |
|
Voorziening WW-gelden 3e jaar |
25.868 |
- |
- |
- |
25.868 |
|
Voorziening RVU |
- |
211.925 |
- |
- |
211.925 |
|
Voorziening verlofsparen |
36.231 |
7.634 |
- |
- |
43.865 |
|
Voorziening bovenwettelijk verlof |
293.413 |
43.152 |
- |
- |
336.565 |
|
Totaal |
498.862 |
293.287 |
46.758 |
14.850 |
730.541 |
De WW-voorzieningen zijn gevormd met als doel de dekking van de verplichte aanvullingen op een WW-uitkering voor ontslagen werknemers. De voorzieningen bedragen ultimo 2025 € 138.186.
In 2025 hebben een aantal medewerkers voor de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) gekozen. De regeling wordt door de werkgever betaald en uitgekeerd als overbrugging tot de AOW-leeftijd. Voor de betreffende medewerkers is een voorziening gevormd. Deze bedraagt per 31 december 2025 € 211.925.
Per 1 januari 2023 kunnen medewerkers van De Dienst verlofsparen. Hiervoor dient een voorziening te worden opgenomen, omdat het spaarsaldo in de tijd vanwege toevoegingen en opnamen van het spaarverlof van niet gelijke omvang is. De opgebouwde voorziening bedraagt per 31 december 2025 € 43.865.
Per einde 2024 nemen wij ook, op basis van uitspraken van de commissie BBV, een voorziening op voor het volledige restantsaldo van het bovenwettelijk verlof. We hebben beoordeeld dat dit verlof van niet gelijke omvang is. De voorziening bedraagt per 31 december 2025 € 336.565.